Ad van Meurs presenteert...

Elke maandagavond in meneer frits

De geest van Malcolm Lowry

Over de vulkanen en bergen die Mexico Stad omringen dook de Boeing als een adelaar, nee als een condor, de hoogvlakte binnen waar 26 miljoen mensen in een moeizaam pas de deux tot elkaar veroordeeld zijn. Een onmogelijke omarming van ijle lucht, armoede, verkeerschaos, criminaliteit en Aztekengenen.
'Under the Vulcano' heette de film die zich in mijn hoofd afspeelde, naar het weergaloze meesterwerk van Malcolm Lowry, de alcoholische literator die een tragisch verhaal over drank, dood en onmogelijk liefde in Mexico Stad situeert, even briljant verfilmd door John Huston met Jacqueline Bisset ( ach Jacqueline... vroeger waren de filmsterren veel mooier dan nu...) en een razende Albert Finney die een dimensie toevoegt aan het begrip alcoholisme.
Maar wie kent nog Lowry, wie kent nog Bisset, Huston? Wie kent überhaupt nog iets?

Als je tegenwoordig te midden van een groep jongeren de naam Mozes laat vallen, dan wordt er bedachtzaam geknikt: dat is die gevaarlijke rapper van om de hoek... Niks Bijbel, tien geboden, Rode zee!

Met dertien groepen, negentig muzikanten uit Nederland bezochten wij het Ollin Kan- festival, een groots wereldmuziekfestival dat een hele maand duurt, gehouden op podia verspreid over de hele stad. Dat klinkt onschuldig maar dat is het niet. Van het hotel naar een podium kost minstens twee uur in file, smog en chaos. Terug naar het hotel hetzelfde verhaal. Even naar Zocola het beroemde plein met de kerken om wat souvenirs voor de familie te kopen. Een halve dag! De A2 op vrijdagmiddag, waar normaal half Nederland zich in de file staat te verbijten, doemde als een aangenaam visioen op.
Iedere band had een begeleider die ervoor moest zorgen dat men geen verkeerde steeg in zou lopen, een verkeerde taxi zou pakken. Criminaliteit als een vaststaand feit; niet iets wat zou kunnen, maar zeker zal gebeuren.
Die sfeer van agressiviteit vond je overal terug, o.a. op televisie in uiterst gewelddadige series en films waarvan ik het bestaan nog nooit had vermoed. En dan de grimmigheid van het bewakend personeel. Overal staan geüniformeerde jerommekes met een enorm geweer in de aanslag het openbare leven te bezweren.Met een blik van, kom maar op, doe maar eens iets, ik lust je rauw. Ik kon mijn lach nauwelijks bedwingen.De Mexicaan, een mix van Spaanse en Indiaanse genen is klein van stuk met scherpe neus en de mondhoeken strak omlaag gericht. Zet daar een kolossale politiepet op, het kruis van zijn broek op de knieën en je waant je in een stripverhaal van Kuifje.
Krampachtig probeerde ik de geest van Lowry vast te houden, ervan overtuigd dat er ergens een invalshoek moest zijn waarvanuit je de stad in een wat romantischer optiek kon bezien.
Moeilijk!
Zo zat ik een uur alleen in een taxi waarvan me verzekerd was dat hij veilig was. De chauffeur sprak geen Engels en ik geen Spaans. Ook bij deze man wezen de mondhoeken nijdig naar beneden. Ik voelde nattigheid. Gaat dit wel goed? Zo meteen rijdt hij een steegje in en wordt ik voorgesteld aan zijn 'vrienden'.. Mamma Mia!
We passeerden zwijgend het immense Aztec Stadium. Ik produceerde een woord; "Foetboll",...?
"Si" gromde de indiaan.
Stilte.
"PSV?",...
Na enige tijd: "Si"...
Toen zag ik het licht: "Salcido !! Linksback van PSV uit Mexico City!!"...
Hij keek me aan, ondertussen een vrachtwagen ontwijkend. Even gloorde een internationaal gevoel van understanding achter zijn priemende ogen:"Salcido, bueno". "Si, si" stamelde ik, blij met deze toenadering. Vervolgens stilte. Tot aan het hotel. Lowry, waar ben je?
Wordt vervolgd.

Klik hier voor meer columns...