Ad van Meurs presenteert...

Elke maandagavond in meneer frits

Saved by the bell

Carnaval 1977. Heeswijk.

Die carnaval trokken wij folkies en hippies voor het eerst de stoute schoenen aan en gingen we spelen in een onderkomen voor motorliefhebbers ergens in de bossen bij Heeswijk in Brabant, want, zo ging het verhaal, met carnaval kon je driedubbel zoveel verdienen als normaal. Je moest wel carnavalsmuziek spelen maar dat kon niet moeilijk zijn... Dus togen wij naar die motorduivelse tent, in ons achterhoofd de overtuiging dat -wij met ons Easy Rider-verleden en zij met hun liefde voor de stoere tweewieler- er iets gemeenschappelijks in de lucht kon hangen.

Dat viel tegen. Norse dikke mensen, weliswaar verkleed maar toch... Verankerd aan hun tafeltjes keken ze naar ons alsof ze water zagen branden. Wij waren ook enigszins verkleed met Willem Van Kruisdijk ( Slagerij Van Kampen) als boegbeeld in zijn Marokkaanse kaftan, maar ja, die droeg hij het hele jaar. De eigenaar van de club werkte ook niet mee: ”Zorg, dat het gezellig wordt, zorg, dat het gezellig wordt, jullie kosten veel geld!”

Nou daar gingen we. Van je hotseklotsehollikidee! En dus stond er een paard in de gang, ene foxy foxtrot had elastieke benen, er was een feestneus kwijt, de Bostella moest gedanst worden en iemand besloot:”lamedamadoen”... tja... Carnavalsmuziek, ...eitje... toch?

Niks, helemaal niks, geen reactie. De holbewoners waren niet vanachter hun Brabants bont vandaan te trekken. Ai! Wat nu? We voerden volume en tempo nog eens op en zo denderden wij nog een uurtje door. Het werd niet gezellig. Wij hoorden daar niet. Dat kon een kind zien. De mondhoeken van de eigenaar wezen naar beneden als een wichelroede die een waterader had getraceerd.

Plots stond daar onze gitarist met een mandoline in zijn hand. Helemaal solo begon hij iets uit Tirol op dat ding te plukken. Tadatadadidi-tadatadadidi-tadatadadididadidada. De u allen bekende ‘Klarinettenmuckl’, nog regelmatig te beluisteren op van die heerlijk foute Duitse tv-programma’s met van dat in lederhosen gehesen amusementsgajes, plichtmatige bejubeld door bejaard heimatliebend klapvee. Toen toverde hij ook nog een versie van de vogeltjesdans uit zijn hoed en de zaak ontplofte. De mensen kropen over de grond. Saved by the bell! Onze gitarist had zich hierdoor helaas wel veroordeeld tot een heel weekend lang spelen op ‘dè klèn gitaorke’...

Een jaar later moesten we terugkomen. Wijzer geworden hadden we een zanger in de arm genomen die een fritestent bestierde in het Brabantse Asten. Die leek ons wel van het goede soort. Toch was het weer spannend. Hoe gaat ie hem dat flikken, dachten wij, hippies. De man komt op, laat zijn bretels knallen op zijn pens, trekt een brede grijns, zwaait naar het publiek en roept; “Alaaaaàaf!” en uit een paar honderd motorkelen galmt het terug: "Alaaàaf!”  en daar ging het heen, vier dagen lang. Zo simpel was het dus. Het had een toekomst kunnen zijn.

Klik hier voor meer columns...