Ad van Meurs presenteert...

Elke maandagavond in meneer frits

Afstanden

Het leven van een muzikant wordt deels bepaald  door de afstanden die hij of zij aflegt. Toch zijn die dingen betrekkelijk. Als wij in Amsterdam spelen hoor ik de lokale fan alweer verzuchten; “Jullie moeten helemaal naar Eindhoven”... alsof je na Eindhoven bijna van de wereld af zou donderen. Terwijl in Nederland niets ver is, behalve dan die verschrikkelijke binnenkomst in Nijmegen natuurlijk, vanuit het westen, dat afgrijselijke stuk waar je vijftig moet rijden. Zo zijn er meer. Voorsorteerdoolhof Deventer! De verkeersplanner daar moeten ze aan zijn tenen ophangen. Of rij voor de lol eens, zonder GPS dan wel, naar een adres in Landgraaf...

Als ik Amerikanen uitleg dat zij, als ze in Nederland langer dan drie uur rijden ’either in the sea or in a foreign country ‘zijn zie ik ze me ongelovig aanstaren. De korte afstanden worden natuurlijk gecompenseerd door het fileleed. Ik durf onze Amsterdamse bassist en gitarist nog nauwelijks te vragen in het zuiden te komen spelen omdat ze dan al op de Stadhouderskade aanschuiven in een rij die leidt naar de file op de A2 die tot Zaltbommel, met een beetje pech, Vught gaat duren.

Nee, dan rijden in Amerika. Van Memphis naar Austin duurt zo’n goede tien uur. Toch doe je dat fluitend. Rijden in Amerika is a way of life, een manier van zijn, misschien wel Zen, of het Helmondse ‘irgend zèn’, wat weer ‘being there’ betekent. Muzikanten voelen geen afstanden, want ze worden opgejaagd door andersoortige energie, namelijk heilig vuur. Een koorts die ze tot diep in de nacht, vele malen per jaar langs heg en steg jaagt; ze kunnen niet anders. Zo’n Johnny Cash die in zijn begintijd 300 shows per jaar draaide, jarenlang! Als ik bedenk wat ik zelf heb afgesjouwd. Niet te doen! In de jaren zeventig sleepten bands ook nog zelf een PA systeem (grote installatie) met zich mee. Trap op, trap af naar clubs op zolders van scholen, kraakkelders, door steegjes waar je met de auto niet verder kon. Och, we hadden die spullen nog wel langs een stairway to heaven gesjouwd als daar een vijftiental hanekammen op ons had zitten wachten. Heilig vuur!

De rijpheid en geloofwaardigheid van een artiest wordt mede bepaald door zijn innerlijke kilometerteller. Daarom heb ik soms moeite met gelegenheidsprojecten. Mensen die zich plotseling vanuit een goede baan en een zich vervelende bankrekening tot artiest lanceren. Geen studio noch muzikant te duur, de droom gaat verwezenlijkt worden, dat album gaat er komen. Assertief tot op het bot, want gepokt en gemazeld in het zakencircuit met een netwerk dat eindigt bij de koningin, presenteren ze zich in de muziekwereld, waar het ‘name-dropping’, het achteloos slingeren met beroemde namen, alle deuren moet doen openen. Ondertussen blijven ze op veilige afstand, want wordt het niks dan was het slechts een hobbyistische bevlieging, geintje, och zo maar .... Doet u mij nog maar drie bier....

Nee dan zo’n Lynn Miles laatst, die alles heeft gezien, door platenmaatschappijen is buitengeschopt, nooit thuis, waar geen kerel op haar wacht, maar ieder liedje van een uitzonderlijk schoonheid, als een diamant, een kiezel uit een beek, afgeschuurd en geslepen, door het jarenlang malen van de wielen, het overwinnen van de twijfel, de armoede. Met afstand aan de top!

Klik hier voor meer columns...