Ad van Meurs presenteert...

Elke maandagavond in meneer frits

Hoogtepunten

In deze periode van het jaar, als Kerst en Nieuwjaar ons blijkbaar tot een terugblik dwingen, is het in muziekland weer de tijd van de lijstjes. Wat waren de hoogtepunten van het jaar, de mooiste cd's, de mooiste live momenten etc.?

Dit soort vragen kan mij slapeloze nachten bezorgen, het zijn gewetensvragen. Natuurlijk kun je er als journalist gemakkelijk mee omspringen, je loopt even door je agenda, noteert wat data van concerten, je gaat even langs je 'platen'kast en pikt er een paar cd's uit, liefst van die platenmaatschappijen die het meest geadverteerd hebben, en je maakt een lijstje.
Ik kan dat niet. Deze vragen dwingen mij tot een dodelijk zelfonderzoek. Het liefst zou ik antwoorden: dit jaar geen hoogtepunten, 'von dem Popfront nichts Neues'. En dat is ook meestal zo.

Ik wens zuinig om te springen met hoogtepunten zoals ik ook zou willen dat mensen wat terughoudender in bijvoorbeeld hun begroetingsrituelen zijn. (al dat dagelijkse gratuite gezoen op die wangen, dat ge-omhels! Dat leidt alleen maar tot inflatie van de kus, van de omarming. En komt voort uit een soort verslaving aan euforie.) Die goednieuwsmachine die ons ieder dag opnieuw weer in een zweefstand over straat doet gaan totdat er werkelijk iets gebeurt en nergens niemand thuis blijkt te zijn.

Vaak als je iemand vraagt naar een muzikaal hoogtepunt komt hij of zij op de proppen met iets groots, een uitbundige avond met Jan Smit, The Rolling Stones in de Kuip, Pinkpop terwijl zulke evenementen eigenlijk niet veel met muziek te maken hebben, uitzonderingen daargelaten.
Het zijn 'get togethers', feesten. Je hoort zelden iemand zeggen:"dat eerste pianostuk gespeeld door mijn achtjarig zoontje"...

Wanneer ik mijn muzikale horizon afstroom op pieken kom ik vooral veel gelijkmatigheid tegen en als ik al toppers tegenkom, bedienen die zich meestal van een klein formaat, een kleine setting. Ergens eind 1999 kwam er een Vlaams meisje naar Café Alleman in Gemert, waar op dinsdagen wekelijks een concertje gegeven werd. Het meisje werd begeleid door haar moeder, en beiden wisten van verlegenheid, of angst, niet waar ze zich moesten ophouden in het café. Ze stonden daar maar. Je kon zien dat ze het liefst rechtsomkeert gemaakt zouden hebben. De mensen, een dertigtal waaronder niet bepaald alleen maar fijnzinnig volk maar ook rauwe dorpsklanten, hadden er geen oog voor.

Eenmaal op het podium speelde ze gitaar, mooi gitaar, folky in een sixties en seventies stijl. Ze begon te zingen. Een hoge ijle stem vulde de ruimte, verpulverde haar eigen faalangst. Het was alsof er een licht van het podium af straalde, een teer maar zuiver licht. Prachtige liedjes. Het café kreeg de breekbaarheid van glas, van kristal. Een aureool van muzische schoonheid daalde over het pand neer, als vurige tongen over apostelen, en betoverde de aanwezigen. De barman hield op met tappen, de kaken van de praters bevroren, en ik wist het: hier doen we het voor, wij musici, mensen. Hier werd de alledaagsheid vakkundig de nek om gedraaid. Een bijzonder moment. Het was Marjan Cornille uit Antwerpen.

Klik hier voor meer columns...