Ad van Meurs presenteert...

Elke maandagavond in meneer frits

Heartland: kinderen

Op onze reis door de Heartlands kwamen we uit in Kansas op het Winfield festival. Officieel het 'Walnut Valley Bluegrass Festival' geheten, is het oorspronkelijk een van die vele belegen bluegrassfeestjes die her en der in dit land plaats vinden met wedstrijden chili koken, het vervaardigen van rieten stoelen en dergelijke. Winfield echter is uitgegroeid tot een 'get together', van alles wat hip en alternatief is en een gitaar vast kan houden. Dat heeft een aantal satelliet-festiviteiten doen ontstaan in de campings rondom het festival waar diverse geïmproviseerde podia de competitie aangaan met de officiële podia en waar het, eigenlijk, werkelijk te doen is. Toen dit jaar het festival aanvankelijk officieel werd afgelast omdat het volledige terrein en omliggende gebieden overstroomd waren liet deze reeds in het stadje neergestreken bonte verzameling zich dan ook niet uit het veld slaan. Als een bijbelse exodus trok ze naar een gebied rond een meer ten zuiden van Winfield waar ze spontaan haar tenten opsloeg. De gemeente en de politie stonden erbij en keken ernaar. Dertigduizend enthousiastelingen laten zich niet zomaar naar huis sturen.
In deze opgewonden maar soepele anarchie belandden wij met de filmploeg om Mike West te interviewen. Mike, van het duo Truckstop Honeymoon, is een bijzonder mens. Met zijn zingende en contrabas spelende vrouw Katie en zijn drie kinderen (leeftijd anderhalf tot zeven) trekt hij spelend langs clubs en festivals zoals ook ons Naked Song fest afgelopen mei, waarbij hij en Katie zelf de kinderen onderwijzen. Overal moeten babysits gevonden worden en de impact van krijsende kinderen in een vliegtuig hoef ik u niet uit te leggen.

Goed, daar stonden ze dan op guerrilla podium 7 van de Pecan Grove campsite. Wat lange hippie-armen namen de kinderen van van Mike en Katie over. Hier en daar wat gejengel. Ze deden een energieke, blarentrekkende set, volledig akoestisch, dus zonder installatie maar wel met tweehonderd man publiek.
Na de uiterst succesvolle set zouden wij hem interviewen, maar eerst moest hij nog een doosje cd's verkopen, de kinderen al weer trekkend en hangend aan rafelige broek en cowboylaarzen. Vervolgens, en toen was het donker op een festival met alleen licht van de campinggasten en her en der dwalende en zoekende zaklampen, moest ie nog even met twee kids naar het toilettenblok. Ik had dat nog niet kunnen ontdekken dus hier was sprake van pressie van twee kanten... Uiteindelijk stond ie voor zaklamp en camera en hield een vijf minuten durend vlammend betoog over muziek en politiek. Artiesten mochten nooit aan politiek doen omdat een artiest aan de macht 'bad news' is, want een artiest laat zich niet graag in zijn artistieke wielen rijden zoals Adolf ook niet graag met zijn levenskunstwerk 'Das Dritte Reich' liet sollen. Tsja...

Terwijl ik nog stond te dubben of ik het allemaal wel goed had verstaan was Mike alweer een tent ingedoken om een huilend kind te troosten. Dat kon ook niet slapen met buiten dit  pandemonium van herrie, drukte en chaos. Ik moest er even bij gaan zitten. Wat een toestand!
Maar al snel herinnerde ik me hoe ik, wij, moet ik zeggen, hoe mijn vriendin en ik in onze punk- en new wave- dagen ook een poos onze kleine hadden meegenomen als we moesten spelen. In een reiswieg door ondergekliederde kleedkamers met lallende idioten vol rook, bier en drugs. En dat het arme wicht dan achter in het busje gillend wakker werd omdat een vermetel bandlid zes lekkere koude biertjes in de reiswieg had verstopt. Zo vond ik mijn dochter ooit innig zij aan zij met een mooie meegejatte Ollivetti typemachine.
Zoals Mike het uitdrukt: 'Kids and rock & roll: a true full life'.

Klik hier voor meer columns...