Ad van Meurs presenteert...

Elke maandagavond in meneer frits

Luisteren

naar anderen, wordt steeds moeilijker naarmate je dieper in de muziek terecht komt. Als muzikant ben je gauw jaloers, zo van 'dat zou ik ook willen kunnen of zijn', of je vind er niks aan, zo van 'dit ken ik onderhand wel', in beide gevallen niet iets wat je zoekt. De keren dat ik thuis voor mijn lol een cd opzet zijn sporadisch. Ik zet wel eens een klassiek stuk op, of soms de oude Brel om even uit het raam te staren. Momenten waarop je afstand wil van het muzikale 'hier en nu', maar het genre singer-songwriter, americana en al wat ik tot mijn vakgebied zou moeten rekenen, haalt vaak de cd-speler niet.
Dus slingeren die dingen rond in de auto, soms dienst doend als ijsschraper want ook hier halen velen de cd speler niet of nauwelijks. Heeft dit iets met kwaliteit te maken ? Misschien wel!
Die is te goed, of liever gezegd, goed op steeds dezelfde manier, verantwoord maar nietszeggend.
Met de nieuwe technische mogelijkheden kan bijna iedereen tegenwoordig een cd opnemen, zuiver zingen wordt mogelijk met behulp van de ´autotune´, en in de computer zijn alle apparaten die vroeger te duur waren, digitaal voorhanden. Resultaat: steeds meer plastic.
Dit heeft geleid tot een soort vervlakking, er bestaan geen slechte cd´s meer of we moeten zeggen dat ze allemaal onder de maat zijn of, en dat kan ook, onze oren hebben teveel gehoord.
Maar dan nog: waar is 'de heldere idee', die ene song die anders is, die jou onderscheidt van de rest ? Te snel bereiken muzikanten tegenwoordig een schijnniveau waarin ze zichzelf kunnen afmeten aan hun voorbeelden:' Hé, dit lijkt best wel op J. J. Cale of Norah Jones. Heb ik dat gemaakt? Best goed dus eigenlijk...'. Nee dus! Meer van hetzelfde, de queeste naar iets eigens te vroeg gestaakt.
Ook andersom komt voor. Gooi een zootje loze noten op een hoop. Hou het vaag en kunstzinnig. Vindt tien vrienden die in de kroeg meelullen en 'a star is born', dit alles geschraagd door het allesvergoeilijkende credo: ik ben origineel, dit is wie ik ben, dit is wat ik wil…
Geen progressieve zender die nee durft te zeggen.

Het liefst luister ik naar muziek in de kroeg en dan vooral als het niet druk is. Lange tijd heb ik mij mogen verheugen in een wekelijkse woensdagavond in een Eindhovens buurtcafé waar de kastelein van de avond, een neergestreken ex-actievoerder, zijn aangeboren rebelsheid deed gelden in zijn muziekkeus. Hij draaide bijvoorbeeld mensen als Bill Monroe! Wat? Jawel! Echte bluegrass! Of wonderlijke fusion, waar je ook van uit het raam gaat staren. Of zigeunermuziek van Tony Gatlif. Muziek uit de Balkan, Ierland, Somalië, een fraai vlagvertoon dat een olympiade niet zou misstaan. Dat daar dan ook onmogelijke engelse herrie bijzat nam je voor lief. De prijs van de vrijheid.
Helaas, de kroeg is niet meer.
Tegenwoordig strijk ik neer in een bruin café in de stad waar jonge slimme mensen de nieuwe akoestische muziek omarmd hebben. Namen als Banheart, Jurado,Kings Of Convenience, Alela Diane voeren een lange lijst aan van bands en singer-songwriters die mijn belangstelling kunnen wekken. Het geluid in de kroeg is echter allerbelabberdst en eerlijk gezegd komt alles als een niet van elkaar te onderscheiden dreutel tot mij, maar het is dan ook de twinkel in de ogen van de barman of vrouw die mij overtuigt van het belang van deze nieuwe artiesten.

En in de auto: Rock! AC/DC en consorten om deze soms te politiek correcte oren schoon te wassen.

Klik hier voor meer columns...