Ad van Meurs presenteert...

Elke maandagavond in meneer frits

Cuxhaven

Met de folkgroepen Big Jig uit Engeland en het Zweeds Garmarna toerden wij door Duitsland. In januari, midden jaren negentig, kwamen we terecht in kust- en havenplaats Cuxhaven, helemaal in het noorden.
We speelden in de Hapag Halle (Hamburg –Amerika lijn), een klassieke, begin 20ste eeuw, gebouwde ontvangst- en vertrekhal voor emigranten en immigranten, de laatsten in de minderheid. Van de hal naar de aanmeerplek liep een overdekte loopruimte, een soort brede gang die enigszins slingerend langs een hoop balies naar het schip leidde. Mensen moesten hier hun papieren en spullen op orde brengen voordat ze de grote oversteek waagden.

Het was een levendige boel tijdens het concert, gezellig met veel montere types die dansbereid waren. In Duitsland spelen is eigenlijk altijd leuk, met een correct publiek dat muziek weet te waarderen. Hoe is het toch mogelijk dat dit land zo'n geschiedenis heeft. Het werd een avond vol tegenstellingen.

Tussen de sets door liep ik wat rond totdat ik bij een deur kwam waar op stond 'Eintritt verboten'. Voor een Hollander is dit een rechtstreekse uitnodiging dus glipte ik er doorheen. Ineens stond ik in die steen- en steenkoude corridor met balies. Streng, statig, vooroorlogs voelde het aan.
Ik liep wat verder en ging zitten; niets is mooier dan alleen in een museum of op een historische plek rond te dolen. Vijf graden vorst voegden daar een dimensie aan toe. Het geluid van de alweer begonnen Engelse band zorgde voor achtergrondmuziek. Daarginds het feest, hier de ernst van de geschiedenis en het noodlot van mensen.
Ik zag ze lopen in mijn gedachten, de emigranten, bepakt en bezakt, bezorgd, wanhopig zelfs, want vaak ging het om een gedwongen vertrek. Zo ook de 936 joodse passagiers van het schip de St.Louis die via de Hamburg -Amerika lijn naar het westen uitweken. Op 19 mei 1939 liepen ze hier door de gang met een zwaar hart en een onzekere toekomst, op de vlucht voor de nazi's.
Aan de overkant van de oceaan werden ze in Cuba, in Amerika en ook in Canada geweigerd. Deze mensen waren 'bad news', konden nergens terecht. Terug in Europa heeft tweederde het overleefd, eenderde liep in de klauwen van de Holocaust.

Het geluid van onze drummer haalde mij uit mijn overpeinzing. Ik moest terug .
'The show must go on', en dat is ook zo.

Die avond in het café werden we de deur uitgekeken door een griezel van een kastelein. Ik liep terug naar het hotel. Ik werd bang van het geluid van mijn eigen voetstappen. 'Wie zit daar achter mij aan?' Niets zo desolaat als een kustplaats 'hors saison'. Op mijn kamer, toen ik uit het raam turend naar de inmiddels opgestoken noorderstorm luisterde, hoorde ik een ijselijke gil en rennende naaldhakken. Aanranding?
Een stem dreef mee op de wind. Een kwade godheid loeide over de daken 'Cuxhafen, Cuxhafen'.
Met een bezwaard gemoed en een hoofd vol geschiedenis dook ik diep onder de dekens.

Klik hier voor meer columns...