Ad van Meurs presenteert...

Elke maandagavond in meneer frits

Helden

De band heette waarschijnlijk de 'Moe Tucker Band' maar ik weet het niet meer zeker en zelfs Google blijft het antwoord schuldig. Maureen 'Moe' Tucker was de drumster van de Velvet Underground en geldt voor sommigen, nou ja, voor velen, als legendarisch, een culturele grootheid, een heldin. In de kleedkamer van de Bunkr in Praag ( een soort Paradiso; we schrijven oktober 1992), was Moe vooral een vriendelijk en al wat ouder moeke, daar aanwezig met die andere onbekendere Velvet Underground-coryfee, maar niet minder een held: Sterling Morrisson. Sterling's gezicht was getekend door een leven lang acné en hij maakte op mij de indruk van een zorgelijke gozer. De andere bandleden kwamen uit de avant-garde groep Half Japanese en de alternatieve folkgroep The Violent Femmes, maar ik laat me hier graag corrigeren door diehard Velvet-fans die kennis hierover ongetwijfeld paraat hebben.

Ik zou het voorprogramma doen.

In die tijd verbleef ik een poos als enige gast op een camping in de stad, waar men uit biertonnen( Budvar) nachtverblijven had gemaakt. Ze stonden her en der verspreid op een hellinkje vol met kastanjebomen. Je kon er net in staan.
In dat jaar raakte de lucht in Praag bezwangerd met de eerste gruwelverhalen uit de oorlog in voormalig Joegoslavië. Onwerkelijk! Ik was met mezelf op retraite en al liggend op dat spijkerharde bedje, alleen met mijn gitaar, een blikje Seven-Up waande ik mij een middeleeuwse monnik, in boetekleed.'s Nachts kon je kastanjes uit de bomen horen vallen. Neerploffend op de biertonnen, vormden ze als het ware een 'vreedzaam bommentapijt'. Onwerkelijk !

Het voorprogramma ging lekker. Er hing in Praag nog altijd opwindende sfeer van de Fluwelen revolutie, drie jaar eerder. De Tsechen waren voor alles in.

Zo ook voor Moe en haar band. Eenvoudige bijna kinderlijke muziek, voortgeduwd door een rafelig ritme, werd door het publiek met een warme welwillendheid ontvangen: 'Dit jaren zestig-feestje laten wij ons niet ontnemen'…
Toen ging de grote deur van de ingang open. Twee bomen van kerels verschenen, een klein mannetje tussen hen in. Het mannetje dwarrelde de trap af, ontspannen aan een sigaretje trekkend. Het was Havel. Vaclav, de president ! Iedereen had het gezien. Hij griste ergens een stoel vandaan plaatste die aan de zijkant van het podium, half achter een speaker, stak met de ene sigaret de ander aan en ging van het concert genieten. Hij kwam zijn oude vrienden opzoeken, revolutionaire kunstenaars uit de jaren zestig net als hij, toen hij nog vooral een schrijver was.
Het publiek glom van trots. Deze avond kon niet meer stuk. Tien jaar, of meer, had hij voor zijn ideeën in het gevang gezeten en nu kwam hij gezellig met zijn, deels door hem bevrijde, mensen naar een bandje kijken. Een echte held.

Dit geluk werd mij te intiem. Ik voelde me een voyeur, dit was niet van mij. Ik pakte mijn gitaar en nam de laatste tram, terug naar mijn vrijwillige ballingschap en mijn concert van kastanjes.

Klik hier voor meer columns...